Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.
En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap; en zij waren alle tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.
— ( Hand. 1 : 14 en Lukas 24 : 52 en 53)
Christus is bij Zijn Vader in de hemel en hoe is het met zijn kinderen die achterbleven op aarde? Samen (eendrachtelijk), volhardend in het bidden en smeken. Ze waren niet meer bedroefd om Zijn heengaan, want er staat: met grote blijdschap. Dagelijks kon je hen vinden in de tempel en wat deden ze: loven en danken God. Trouwens ze moesten in Jeruzalem blijven, want de Heere Jezus had hen iets beloofd: ze zouden de kracht van de Heilige Geest ontvangen en als die Heilige Geest uitgestort was, mochten ze van Hem gaan getuigen, eerst in Jeruzalem, dan in geheel Judea, Samaria en tot aan het uiterste der aarde. Telkens een cirkel verder. Maar het begin was in de bloedstad Jeruzalem en dan telkens verder. Zo is Gods Woord ook in ons land gekomen, een groot voorrecht, maar zien we het ook zo? Of vinden wij het gewoon, vanzelfsprekend? In het Oude Testament was ook een Hogepriester, die ging met in het Heilige der Heilige, op zijn borstlap stonden de twaalf namen van het hele volk van Israël, de heidenen vielen daar buiten. Maar zo is het niet bij de Hogepriester van het Nieuwe Testament. Hij is door de Vader aangesteld over een wereldwijde gemeente. Wel is waar dat de zaligheid uit de Joden is, maar niet beperkt tot de Joden. Hoe zei de oude Simeon het ook alweer: ‘Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Israël. Niet voor niets heeft de Heere Jezus zijn discipelen geboden: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Morgen gaan de predikers uit en zullen het Evangelie verkondigen. Het is weeszondag. Maar de Heere Jezus zal hen geen wezen laten, Hij komt morgen alweer met Zijn rijk Evangelie. Een goede zondag toegewenst!
Lezen: Handelingen 1 : 13 - 14.
Door B.S. van Groningen