05 Mei 2026
Goedertierenheid
Goedertierenheid

Ik zal des HEEREN gramschap dragen.

— Micha 7:9a

Wat doet Micha dus in die allerellendige tijd, waarin hij leefde? We lezen:


  • blijven vertrouwen op de Heere;

  • wachten op de God, Die hem verlost;

  • roepen tot de God, Die hem hoort;

  • weer opstaan, als hij gevallen is;

  • geloven dat God zijn Licht is, als alles om hem heen duister is;

  • de straf aanvaarden die hij door zijn zonde verdiend heeft.


En zo is hij een voorbeeld voor allen die de HEERE vrezen en in moedbenemende omstandigheden niet weten wat ze moeten doen of kunnen verwachten. Luister naar Micha. Hij blijft dwars tegen alle onmogelijkheden in tóch op God vertrouwen. Hij weet het: God heeft al zo vaak verlost. Zou Hij het nu dan niet kunnen? Zou Hij het nu dan niet doen? Daarom roept hij tot God omdat hij weet – onder andere uit de vele Psalmen van David – dat God hóórt.

En als je (nu heel persoonlijk!) in zonden gevallen bent? Dan zegt het doopformulier je: “En als wij soms uit zwakheid in zonden vallen, dan moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, ook niet in de zonden blijven liggen, omdat de doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig verbond met God hebben.”

En zeg ook mét Micha de woorden in vers 8: “Wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE voor mij een Licht zijn.”

Maar, pas op, vergeet niet de grondhouding van deze verdrietige man, die aan alle kanten zoveel zonden ziet… Hij komt bij zichzelf terecht en zegt: “Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd.”

Heb jij gezondigd? Aanvaarde jij ook de straf die de Bijbel noemt? Ben je het met God eens? Belijd je het Hem: “U doet mij geen onrecht als U mij voor eeuwig voorbijgaat”?



Lezen: Micha 7:7-10.

 

Ds. W. Pieters

Door Ds. W. Pieters

Ook interessant
JouwKompas is een initiatief van omsionswil.nl