07 Januari 2026
Vergeving
Vergeving

‘En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.’

— Lukas 15:20b

Wat een moment van ontmoeting. Ze vallen elkaar om de hals. De verloren zoon en de liefdevolle vader. Wat een blijdschap, wat een tranen van ontroering en vreugde. Hij is weer thuis. Wat een verwondering.

 

Pas dan lezen we dat er gesproken wordt. ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden’. Hij zit aan de grond. Door eigen schuld. Hij belijdt dat ook. Hij had zich voorgenomen te vragen om als één van de huurlingen behandeld te worden. Al kon hij maar bij vader als zzp-er werken. Maar dat laatste lezen we niet. Hij krijgt er de kans niet voor. Zijn vader valt hem in de rede. Aan heel de ontmoeting is te merken dat deze vader zijn zoon in genade aanneemt. De omhelzing zegt meer dan duizend woorden! Hier is sprake van vergeving – compleet, vol en onmiddellijk!

 

We lezen dat vader spreekt. Opmerkelijk, hij spreekt niet tegen zijn zoon, maar tegen zijn dienstknechten. Het beste kleed, een ring en schoenen moeten worden gebracht. Het ‘beste kleed’ is niet zomaar een kledingstuk, maar een pronkgewaad. Dat werd in die tijd gegeven aan een eregast! De ring wordt gegeven als blijk van vertrouwen. En de schoenen aan de voeten wijzen op verzorging. Kortom, de zoon wordt als zoon ontvangen. Als vrij man, als familielid in volle rechten.

 

Zo is God. Als Hij vergeeft, vergeeft hij helemaal. Hij kleedt je met de klederen van het heil. Het is helemaal goed. De verzoening is compleet (Jes. 61:10). Wat doet de jongste zoon? Niets! Hij laat het over zich heenkomen. Wat een ontfermende liefde! Zo is God. Van ons wordt niets verwacht, dan alles te verwachten van Hem, Jezus Christus. Alleen Hij is genoeg.



Lezen: Lukas 15:20-24



 

Ds. J.A. Mol

Door Ds. J.A. Mol

Ook interessant
JouwKompas is een initiatief van omsionswil.nl